Matthijs Hogendoorn

“Ik lieg de waarheid”

“Ik lieg de waarheid”

Een selectie door Sylvia Witteman van Kronkels (de columns van Simon Carmiggelt die in Het Parool verschenen tussen 1946 en 1983) kreeg als titel een citaat van de meester zelf: Ik lieg de waarheid (2007). Het is iets wat in mijn cursus altijd wel een keer ter sprake komt.

Iemand maakt iets mee en heeft daar een verhaaltje over geschreven. Een passage loopt niet goed of lijkt niet zo relevant, de spanning vloeit weg uit het betoog of verhaal.
“Als je dat stukje nu schrapt?” suggereer ik. “Of zou het niet beter werken als het op die en die manier zou zijn gebeurd?”
“Maar ja”, roept de cursist, “zo ís het niet gebeurd. En we zijn hier toch met non-fictie bezig? Ik kan toch niet gaan liegen in een column?”

Ja, dat kan wel. Je bedrijft immers geen journalistiek. Met controleerbare gebeurtenissen, omstandigheden en citaten moet je óók in een column voorzichtig zijn. Maar ze zijn daarin niet heilig. Situaties en mensen (denk aan privacy) kun je aanpassen, weglaten of toevoegen. Als je ze naar de werkelijkheid kunt opvoeren, zoveel te beter. Maar wat zich voordeed, kan ook vooral een inspiratie zijn geweest voor jouw verhaal of opinie. Verander in dat geval rustig alles wat niet bijdraagt aan de strekking ervan.

Soms is de reden om iets aan te passen een stilistische. Als Carmiggelt een Kronkel begint met ‘Op een maandagmiddag zat ik in een klein café achter de Kloveniersburgwal.’, nemen we dat bijna automatisch als geheel voor waar aan. Tot we ons realiseren dat de alliteraties in zowel de tijdsaanduiding als die van de locatie toevallig wel heel schitterend op hun plek vallen. Overigens, het kán natuurlijk precies zo zijn gebeurd …

Een voorbeeld met een meer ‘verhalende’ reden, van mezelf. Toen ik als ‘slapende’ Facebook-gebruiker weer wat actiever werd, was mijn eerste bericht:

Wel mooi. Stukje van ‘mijn’ laan waar niemand veel met elkaar vandoen heeft. En er hangen doorgaans zeker geen regenboogvlaggen in de prideweek. Behalve van een lesbisch stel dat een paar dagen terug een moedig briefje in de bus gooide: hun vlag was ’s nachts met stok en houder van de muur getrokken. Zouden mensen zich misschien solidair willen verklaren door …? Op zaterdag in vakantietijd is dit (slechts een gedeelte van) het resultaat.

Het ‘dit’ uit de laatste zin betrof een sprekende foto van ongeveer vijftien regenboogvlaggen (het waren er in totaal ca. 30), die mensen in respons hadden gekocht of geleend en opgehangen aan de voorgevels van hun appartementen.

Waar het mij in dit verband om gaat: dit is niet het ware verhaal. Het lesbische stel heeft een buurman die uit solidariteit al een aantal jaren ook een vlag ophangt. Zijn vlag was van de muur gerukt. Hoe had ik dat in de post dan bijvoorbeeld kunnen verwoorden?

Wel mooi. Stukje van ‘mijn’ laan waar niemand veel met elkaar vandoen heeft. En er hangen doorgaans zeker geen regenboogvlaggen in de prideweek. Behalve van een lesbisch stel en hun buurman. Het stel gooide een paar dagen terug een moedig briefje in de bus: de vlag van de buurman was ’s nachts met stok en houder van de muur getrokken. Zouden mensen zich misschien solidair willen verklaren door …? Op zaterdag in vakantietijd is dit (slechts een gedeelte van) het resultaat.

Het lijkt klein, maar toch is dit omslachtiger geformuleerd, de toevoegingen ‘vertragen’ en waar het om draait in het spanningsboogje (‘bewoners die zich niets van mekaar aan lijken te trekken blijken betrokken buren’) verliest iets aan kracht. Met de buurman voeg ik weliswaar de waarheid toe, maar daar is het verhaaltje bepaald niet mee geholpen.

Als je schrijft, zul je in veel gevallen ervaren hoe verbluffend ‘verhalend’ de werkelijkheid kan zijn en dat je lang niet altijd heel veel hoeft aan te passen. Maar soms is de waarheid liegen de betere keuze.

(En over het beeld bij dit thema: ik kon het niet laten, al is het misschien voor de fijnproevers. Reve en Carmiggelt beiden aan de jus, ha ha ha!)