Matthijs Hogendoorn

Over tempo

Over tempo

In mijn vorige stukje De lessen van King (en Krol) noemde ik in een opsomming als eerste het begrip ‘tempo’. Daarmee bedoelde ik: de snelheid waarmee de handeling wordt verteld. En dat kan in een ‘goed’ tempo, dan wel te langzaam of te snel.
Te langzaam, en wat je schrijft wordt langdradig of het is niet duidelijk meer waarom het draait, waardoor de lezer zijn aandacht verliest.
Te snel, en een verhaal mist de sfeer en verbeelding die zorgen dat de lezer geboeid verder leest.

Het gevolg is in beide gevallen dus hetzelfde. Samenvattend typeerde Elmore Leonard het juiste tempo daarom nogal raak als: ‘Het vermijden van saaie passages’.
Of, ook fraai geformuleerd: ‘Probeer de stukken die lezers doorgaans overslaan, niet op te nemen.’ *

Blijft de vraag: wanneer is er sprake van een goed tempo? Wanneer wordt een verhaal saai?

Dat is eerst en vooral een kwestie van smaak. Waarmee niet is gezegd dat er geen grenzen zouden zijn aan goede smaak. Hier komt voor een schrijver de niet te overschatten rol van een vertrouwde meelezer of redacteur aan de orde. Want zelden (lees: nooit) is een schrijver – zeker een beginnende – in onder meer dat opzicht streng genoeg voor zichzelf.

Overigens geldt bovenstaande zowel voor langer als korter werk, zoals blogs en columns. Misschien dat je lezer bij een verkeerd tempo de eerste keer even doorbijt omdat het einde in zicht is. Maar als je blogs ziet als hoofdstukken in een langer oeuvre, zul je bij een verkeerd tempo geen terugkerende lezersschare opbouwen.

* Leonards eigen tempo was trouwens bepaald niet onaardig. En zeker ook op het gebied van dialoog kun je veel van hem opsteken.