Matthijs Hogendoorn

Van ‘klein naar groot’ – of toch niet? Over de overkoepelende openingszin.

Van ‘klein naar groot’ – of toch niet? Over de overkoepelende openingszin.

Op schrijfcursussen (al dan niet over blog- of columnschrijven) wordt nogal eens het begrip ‘van klein naar groot’ benoemd. De schrijver schetst een persoonlijke ervaring die het grotere thema typeert. Daardoor ‘gaat het leven’, is het idee. Het kan zonder meer een effectieve ingreep zijn, maar wat mij betreft wordt zoiets te vaak gepresenteerd als leerstuk, vergelijkbaar met: ‘De eerste zin moet de lezer bij de lurven pakken!’ of: ‘Schrijf nooit zinnen langer dan 15 woorden!’, enzovoort. Het zijn geen wetmatigheden die je onder alle omstandigheden effectief kunt toepassen.

Als de ‘kleine’ ervaring het grotere onderwerp niet goed illustreert of als ze er op een andere manier niet goed bij aansluit, mist de insteek in die volgorde al snel zijn doel. De lezer moet dan raden wat je met het beeld eigenlijk wilt zeggen en wordt daardoor juist minder goed het betoog in getrokken.

Wat te doen? Er is soms veel voor te zeggen om het dan maar om te draaien. Benoem je onderwerp eerst, waarmee je in feite zegt: ‘Lezer, hier ga ik het over hebben.’ Als je dan verderop de keuze maakt de persoonlijke ervaring in te voegen, zal men veel sneller geneigd zijn die illustratie te zien in het licht van dat bredere onderwerp. Er is minder ruimte voor eigen interpretatie door de lezer van het gegeven voorbeeld.

Natuurlijk kun je na die ingreep tot de slotsom komen dat je illustratie, hoe graag je haar ook wilde gebruiken, ook op een andere plek niet past in het grotere geheel. Dan komen we op het terrein van kill your darlings – dat is voor een andere keer.

Bovenstaande is een advies op zichzelf. Maar ik heb een voorbeeld. Dat best uitvoerig is, ik waarschuw maar vast.

Voorbeeld

Op 12 juli dit jaar verscheen van de hand van Rosanne Hertzberger een column. De eerste twee alinea’s:

Het papieren boek is hoog, downloaden laag

Er werd mij gevraagd een boek te kopen bij de nieuwe online boekenwinkel Bookaroo. Dit innovatieve concept heeft de unieke eigenschap dat het een geheel nieuwe overbodige tussenstap in de boekverkoopketen introduceert. Een boek dat je bij bol.com bestelt gaat van het Centraal Boekhuis rechtstreeks naar je voordeur. Maar bij Bookaroo gaat het eerst naar de lokale boekhandel en pas dan naar je voordeur. Leek me omslachtig, maar dit was volgens de initiatiefnemers belangrijk om de lokale boekhandel te ondersteunen. Die moest koste wat kost blijven bestaan.

Het was weer een typisch voorbeeld van de hiërarchische, gewichtige, elitaire boekenwereld. Zelfs bij de aanschaf van een boek heb je ‘hoog’ en ‘laag’. Hoog is naar de winkel, grasduinen, geur van vergane glorie opsnuiven, en met serieuze blik een loodzwaar papieren boek op de toonbank leggen. Mijn manier is laag: ik download mijn boek bij bol.com. Tien seconden later wil ik beginnen met lezen.

Tot zover. Inhoudelijk kan ervan alles over gezegd worden en dat is door allerlei commentatoren ook gedaan. En Bookaroo is trouwens alweer ter ziele. Maar dat doet er hier niet toe.

Hertzbergers illustratie leidt in het begin van de tweede alinea tot wat kennelijk het bredere thema is: het elitarisme van de boekenwereld. Maar je voelt al: het klopt niet helemaal. Wat je verder ook vindt (vond) van Bookaroo en of je nu wel of niet van mening bent dat boekhandels een handje moeten worden geholpen om te blijven bestaan, het is geen goed (of zelfs géén) voorbeeld van het veronderstelde ‘hoog-laag’ dat de boekenwereld zou beheersen.
Ik vermoed dat Hertzberger dat ook wel aanvoelde, dus vervolgt ze binnen de tweede alinea met nóg een voorbeeld dat de koppenmaker er ook uitpikte: ‘het papieren boek is hoog, downloaden laag’ (overigens als kop niet erg geslaagd als je de hele column leest).

Dat tweede voorbeeld is wat mij betreft een betere illustratie van wat Hertzberger wil gaan zeggen, maar het levert een wat warrige opening op, omdat je als lezer geneigd bent de twee illustraties naast elkaar te leggen ter gecombineerde ondersteuning van het grotere thema.
Dat is lastig: in het eerste voorbeeld gaat het immers over de levering van papieren boeken en de onterechte ondersteuning van de boekhandel, in het tweede over in welke vorm je koopt en leest. In die fase, zo in het begin van de column, begrijp je (nog) niet hoe het een met het ander verbonden zou kunnen worden.
De rommelige structuur houdt na het begin overigens niet op, daarover later nog wat meer.

Wat had Hertzberger kunnen doen? Natuurlijk beter nadenken over de kracht van haar illustraties. Maar ze had het dus ook om kunnen draaien. Als ze dat had gedaan (smaken verschillen, het zijn altijd keuzes!) – bijvoorbeeld door een startzin: Nergens is de kloof tussen vermeend ‘hoog’ en ‘laag’ zo groot als in de boekenwereld. Laatst werd me dat nog eens bevestigd door … – dan had dat drie voordelen gehad:

1. Zoals ik in het begin stel: de noodzaak om je illustraties sterk te maken is iets minder aanwezig, omdat je de lezer beter leidt naar de voor je thema toepasselijke interpretatie van je voorbeeld. Hij wéét al waar je column over zal gaan.

2. Je wordt als auteur zelf ook directer geconfronteerd met de toepasselijkheid van je voorbeelden. ‘Klopt wat ik nu aanhaal met mijn stelling van hiervoor?’

3. Ook voor de rest van je bijdrage kan het structurerend werken. Hertzbergers ergernis zat al langer dieper, lees de tweede alinea: ‘weer een typisch voorbeeld’ in de eerste zin, het gebruik van ‘zelfs’ in de tweede. Terwijl de lezer nog niet eens wéét wat ze wil betogen. Het zit haar duidelijk hoog, dat elitarisme.

Die irritatie leidt tot wat Marjolijne de Vos in haar inhoudelijke reactie adequaat typeert als ‘wild om zich heen schieten’. Ik ga daar nu verder niet op in, maar je ziet wel wat De Vos bedoelt als je Hertzbergers column als geheel leest. En ook dat Hertzberger op het eind gedwongen wordt tot wat ik maar kwalificeer als ‘samenvattend rechtbreien’, waar ze ook niet helemaal in slaagt.

Ergernis is een uitstekende motivatie voor een column (mijn eerste opdracht aan mijn cursisten is vaak: schrijf over iets waar je je aan ergert – niemand heeft ooit moeite met het vinden van een onderwerp …) Maar er is het gevaar dat je irritatie met je op de loop gaat. De overkoepelende openingszin kan dan net dat beetje structuur bieden, voor jezelf en voor anderen.